Financiën & subsidies

Vrijwilligersvergoeding 2026: wat mag je je vrijwilligers betalen?

Wat mag je een vrijwilliger belastingvrij betalen? De bedragen voor 2026, de drie grenzen die tegelijk gelden, en de valkuilen waar penningmeesters op stuklopen. Met bronnen van de Belastingdienst.

Door Joost Smilde · 14 min lezen · Bijgewerkt: 11 augustus 2026
Vrijwilligersvergoeding 2026: wat mag je je vrijwilligers betalen?

Je hebt een vrijwilliger die elke week achter de bar staat, de zaal opruimt en de sleutel beheert. Op een gegeven moment denkt het bestuur: daar mag wel iets tegenover staan. Een kleine vergoeding, als blijk van waardering. En dan komt de vraag waar menig penningmeester wakker van ligt: wat mag dat eigenlijk zijn, en vanaf wanneer krijgen we gedoe met de Belastingdienst?

Goed nieuws: de vrijwilligersregeling is prima te begrijpen. Er zijn een paar bedragen en een handvol regels. Maar er zitten wel een paar addertjes onder het gras die veel besturen niet kennen, en waarbij één euro te veel de hele vergoeding belast maakt. In deze gids lopen we alles langs, met de bedragen voor 2026 en de bronnen erbij.

De bedragen voor 2026

De Belastingdienst hanteert voor 2026 deze maxima:

  • Per uur: €5,75 voor vrijwilligers van 21 jaar en ouder.
  • Per uur: €3,40 voor vrijwilligers jonger dan 21 jaar.
  • Per maand: €220
  • Per jaar: €2.200

Het leeftijdsverschil zit dus alleen in het uurbedrag. Het maand- en jaarmaximum is voor iedereen gelijk: een vrijwilliger van 17 mag net zoveel per jaar ontvangen als een vrijwilliger van 60, alleen heeft die daar meer uren voor nodig.

Ter vergelijking: in 2025 lagen de maxima op €210 per maand en €2.100 per jaar, met €5,60 per uur. De bedragen worden jaarlijks per 1 januari aangepast, dus zet een herinnering in je agenda om ze elk jaar even na te lopen. Het maandbedrag is wettelijk altijd een tiende van het jaarbedrag.

De grenzen gelden naast elkaar

Dit is het punt waar het vaakst misgaat. De grenzen zijn geen keuzemenu: je moet ze allemaal tegelijk respecteren. Blijf je netjes onder €220 per maand en €2.200 per jaar, maar betaal je €7 per uur, dan valt de vergoeding buiten de regeling.

Een nuance die vrijwel nergens genoemd wordt: de uurbedragen van €5,75 en €3,40 zijn bedragen die de Belastingdienst als niet-marktconform beschouwt. Betaal je meer per uur, dan is dat niet automatisch fataal. De Belastingdienst schrijft letterlijk: "Zolang u kunt uitleggen dat het om een niet-marktconforme uurvergoeding gaat, kunt u deze mogelijk nog steeds als vrijwilligersvergoeding geven." Het uurbedrag is dus een veilige haven, geen absolute muur. De maand- en jaargrens liggen wél hard vast, want die staan in de wet.

Nog twee dingen om te weten over de grenzen:

  • Het uurmaximum geldt alleen als je een uurtarief hebt afgesproken. Geef je een vast bedrag per maand zonder urenafspraak, dan tel je alleen af tegen €220 en €2.200.
  • De maandgrens is hard, ook als het jaartotaal laag blijft. De Belastingdienst geeft een voorbeeld van iemand die in totaal maar €875 in een jaar krijgt, maar in twee drukke maanden €250. De regeling geldt dan niet. Voor een dorpshuis met een feestweek of een druk zomerprogramma is dat een reëel risico: spreid de uitbetaling.

Betaal je alles in één keer uit? Dan rekent de Belastingdienst het totaalbedrag gedeeld door het aantal maanden dat iemand actief was. €1.200 ineens voor acht maanden inzet komt uit op €150 per maand en blijft dus binnen de grens.

Let op: de teller loopt per kalenderjaar, niet per seizoen. Werkt jullie programma van september tot juni, dan begint het tellen op 1 januari toch weer bij nul.

Wanneer ben je fiscaal gezien vrijwilliger?

De regeling geldt niet zomaar voor iedereen. Er zijn drie voorwaarden.

1. De organisatie moet ervoor in aanmerking komen. De Belastingdienst noemt: stichtingen en verenigingen die niet vennootschapsbelastingplichtig zijn, sportorganisaties, en ANBI's. De meeste dorpshuizen vallen onder de eerste categorie. Wordt jullie stichting door een flinke commerciële exploitatie tóch vpb-plichtig en zijn jullie geen ANBI, dan valt de basis onder de regeling weg. Dat is een voorwaarde die veel besturen over het hoofd zien.

2. De vrijwilliger is niet bij jullie in dienst. Een betaalde beheerder kan voor diezelfde functie niet ook nog onder de vrijwilligersregeling vallen. Overigens mag een vrijwilliger wél gewoon lid zijn van de vereniging, dat staat niets in de weg.

3. Het werk wordt niet als beroep gedaan. Hier zit een veelgemaakt misverstand. Het gaat niet om iemands professie: een timmerman mag als vrijwilliger prima timmeren. Het gaat om de verhouding tussen de vergoeding en het werk. De Belastingdienst omschrijft het zo: de vergoeding moet zo laag zijn dat die niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk. Het voorbeeld dat ze zelf geven: een advocaat die voor vijf minuten werk eenmalig €150 krijgt, blijft ruim binnen de maand- en jaargrens, maar is geen vrijwilliger, want die vergoeding is veel te hoog voor de geleverde tijd.

Twee routes: vergoeding voor inzet of vergoeding van kosten

Dit onderscheid is de kern van het hele verhaal, en precies waar de meeste dorpshuizen de fout in gaan. Er zijn twee manieren om geld aan een vrijwilliger te geven, en ze werken totaal anders.

Route 1: de vrijwilligersvergoeding

Een vast bedrag als waardering voor de inzet. Hiervoor gelden de maxima hierboven. Je hoeft geen bonnetjes, en de vrijwilliger hoeft niets te bewijzen.

Route 2: alleen werkelijk gemaakte kosten

Vergoed je uitsluitend kosten die de vrijwilliger echt heeft gemaakt en kan aantonen, dan geldt er geen maximum. Denk aan benzine of een treinkaartje naar een vergadering, printpapier voor de nieuwsbrief, postzegels. Zolang de vergoeding precies zo hoog is als de werkelijke kosten, is er niets belast, ook niet boven €2.200.

Maar let op: vergoed je méér dan de werkelijke kosten, dan is het geen kostenvergoeding meer maar een beloning. En dan is het hele bedrag belast, niet alleen het meerdere. Dat ronde bedrag van €50 per maand "voor de onkosten" zonder onderbouwing is dus riskanter dan het lijkt.

De valkuil: de twee routes combineren

Hier gaat het mis. Geef je een vergoeding voor de inzet en daarnaast een onkostenvergoeding, dan telt de Belastingdienst die bij elkaar op voor de grenzen. Het rekenvoorbeeld van de Belastingdienst zelf: iemand krijgt €4 per uur en declareert €48 reiskosten per week. Samen is dat €222 per maand. Twee euro over de grens, en de conclusie is hard: geen vrijwilligersvergoeding.

De praktische les voor je dorpshuis: kies één route. Of je geeft de vrijwilligersvergoeding en houdt alles bij elkaar onder de maxima, of je vergoedt uitsluitend werkelijke kosten op declaratie. Niet allebei tot het maximum.

De uitzondering die veel geld scheelt: voorgeschoten aankopen

Er is een belangrijke uitzondering die weinig besturen kennen. Schiet een vrijwilliger iets voor dat van de organisatie is, dan telt die terugbetaling niet mee voor de grensbedragen. De Belastingdienst noemt zelf voorbeelden als printpapier of een fles afwasmiddel.

Voor een dorpshuis is dat goud waard. Haalt een vrijwilliger de boodschappen voor de bar, koopt iemand schoonmaakmiddelen of materiaal voor de knutselmiddag, dan is dat gewoon een voorschot dat je terugbetaalt. Het verbruikt geen ruimte in het jaarmaximum.

Het verschil zit in wie de kosten eigenlijk maakt. Koopt de vrijwilliger iets voor het dorpshuis, dan valt het buiten de grenzen. Maakt de vrijwilliger kosten om zelf het werk te kunnen doen, zoals reiskosten van huis naar het dorpshuis, dan telt het bij combinatie wél mee. Boek die twee dus apart in je administratie.

Wat als je over de grens gaat?

Dan vervalt de vrijwilligersregeling, en dat werkt alles-of-niets: in beginsel is de hele vergoeding belast, niet alleen het bedrag boven het maximum. Er is geen drempel of vrijstelling voor het eerste stuk.

Voor de organisatie kan er meer volgen. Betaal je meer dan de grensbedragen aan iemand die niet bij je in dienst is, dan moet je die bedragen mogelijk aanleveren bij de Belastingdienst. En in sommige gevallen kan er zelfs sprake zijn van een dienstbetrekking, met loonadministratie en al.

Blijf je binnen de regeling, dan heb je van dat alles geen last: de vrijwilliger is niet in dienst, je hoeft geen aangifte loonheffingen te doen, en je hoeft de betalingen ook niet als "uitbetaalde bedragen aan derden" door te geven. Dat is een heel concrete reden om strak binnen de grenzen te blijven.

Vergoedingen aan bestuursleden

Bestuursleden mogen ook een vrijwilligersvergoeding krijgen. Blijf je onder het maximum, dan is een bestuurder niet in dienst en verandert er niets.

Ga je erover, dan wordt het onderscheid tussen rechtsvormen belangrijk, en dat pakt voor dorpshuizen vaak ongunstig uit. Een bestuurder van een stichting is bij een te hoge vergoeding altijd in dienstbetrekking. Bij een vereniging hangt het ervan af of de bestuurder onder gezag van de algemene ledenvergadering werkt. Veel dorpshuizen zijn een stichting, dus daar leidt een te royale bestuursvergoeding meteen tot aangifteplicht loonheffingen.

Heeft jullie dorpshuis een ANBI-status, dan gelden er strengere regels bovenop: beleidsbepalers mogen alleen een vergoeding voor gemaakte onkosten krijgen, plus vacatiegeld dat niet bovenmatig is. Voor een SBBI geldt iets vergelijkbaars voor bestuursleden. Meer over de rollen en verantwoordelijkheden in je bestuur lees je in onze gids over bestuurstaken in een dorpshuis.

Een mooie route voor ANBI's: een vrijwilliger die afziet van een vergoeding waar hij recht op had, kan dat bedrag onder voorwaarden als gewone gift aftrekken in de inkomstenbelasting. Daarvoor moet er wel echt een regeling zijn, moet de organisatie de vergoeding ook daadwerkelijk kunnen en willen betalen, en moet de vrijwilliger zelf kunnen kiezen om ervan af te zien.

Vrijwilligers met een uitkering

Veel vrijwilligers in een dorpshuis hebben een uitkering. Dat kan prima samengaan, maar de regels verschillen per situatie.

  • Bijstand (Participatiewet): blijft de vergoeding binnen de maxima, dan verandert de uitkering niet. Voor vrijwilligers jonger dan 27 geldt een uitzondering: een algemene kostenvergoeding wordt wél gekort, een vergoeding van daadwerkelijk gemaakte onkosten niet. Werk je met jonge vrijwilligers, betaal dan op declaratiebasis.
  • WW en andere UWV-uitkeringen: hier moet de vrijwilliger vooraf toestemming vragen aan UWV. Doet iemand dat niet, dan kan de uitkering worden verlaagd, kan er een boete volgen en moet te veel ontvangen uitkering worden terugbetaald. Wijs je vrijwilligers hier actief op.
  • AOW: de AOW is niet inkomensafhankelijk, dus een vrijwilligersvergoeding raakt de hoogte van het AOW-pensioen niet.

Sommige gemeenten kennen daarnaast een stimuleringspremie voor vrijwilligers die niet van de uitkering af gaat. Dat is geen landelijk recht, dus vraag het na bij je eigen gemeente.

Wat leg je vast als bestuur?

Binnen de regeling hoef je geen loonadministratie te voeren. Toch is bijhouden verstandig, al is het maar om te bewijzen dat je binnen de grenzen bent gebleven. Leg per vrijwilliger vast wat er wanneer is uitbetaald, en of het om een vergoeding voor inzet of om onkosten ging.

Kom je toch boven de grens uit en moet je gegevens aanleveren, dan gaat het om het bedrag, de betaaldatum en de naam, het adres en de geboortedatum van de ontvanger. Belangrijk: een organisatie zonder personeel in loondienst mag het burgerservicenummer niet registreren. Dat is een verbod, geen advies. Een bestuur dat "voor de zekerheid" BSN's van vrijwilligers vastlegt, doet dus iets wat niet mag. Meer over het zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens staat in onze gids over de AVG in je dorpshuis.

Doet een vrijwilliger voor meerdere organisaties werk en komt het totaal boven het maximum, dan geeft de vrijwilliger dat zelf op in de aangifte. Daar ben jij als bestuur niet verantwoordelijk voor, en je kunt het ook niet weten. Het is wel netjes om vrijwilligers hierop te wijzen.

Houd je vrijwilligers en hun inzet bij in een systeem zoals dorpshuis.online, dan zie je in één oogopslag wie hoeveel uren draait en wat er is uitbetaald. Dat scheelt zoekwerk in december, precies wanneer je wilt weten of iemand nog ruimte heeft.

Veelgemaakte fouten

  • Een onkostenvergoeding bovenop de maximale vrijwilligersvergoeding. Ze tellen op, en samen ga je over de grens.
  • Het jaarbedrag in een paar drukke maanden uitbetalen. De maandgrens is hard, ook als het jaartotaal laag blijft.
  • Een rond bedrag "voor de onkosten" zonder onderbouwing. Is het hoger dan de werkelijke kosten, dan is het hele bedrag belast.
  • Denken dat alleen het meerdere belast is. Bij overschrijding vervalt de regeling voor de hele vergoeding.
  • Vergeten dat cadeaubonnen meetellen. Een vrij besteedbare cadeaubon ziet de Belastingdienst als financiële vergoeding, net als vacatiegeld en kilometervergoeding.
  • De bedragen van vorig jaar aanhouden. Ze wijzigen per 1 januari.

Veelgestelde vragen

Moet ik loonbelasting inhouden op een vrijwilligersvergoeding?

Nee, zolang je binnen de voorwaarden en de maxima blijft. De vrijwilliger is dan niet in dienst en je hoeft geen aangifte loonheffingen te doen.

Mag ik een vrijwilliger meer dan €5,75 per uur betalen?

Dat kan onder omstandigheden, maar dan moet je kunnen uitleggen dat het bedrag nog steeds niet marktconform is. De maand- en jaargrens van €220 en €2.200 blijven hoe dan ook gelden. Veiliger is het om onder het uurbedrag te blijven.

Moet ik een urenadministratie bijhouden?

Voor de vrijwilligersregeling is dat niet verplicht. Heb je wel een uurtarief afgesproken, dan is bijhouden van uren praktisch de enige manier om aan te tonen dat je binnen het uurbedrag blijft.

Wat als een vrijwilliger halverwege het jaar begint?

Het jaarmaximum van €2.200 geldt per kalenderjaar en wordt niet naar rato verlaagd. Wel moet je per maand onder €220 blijven.

Tellen consumpties of een kerstpakket mee?

Vrij besteedbare cadeaubonnen ziet de Belastingdienst als financiële vergoeding, dus die tellen mee. Twijfel je over een specifieke verstrekking in natura, leg die dan voor aan je accountant of de Belastingdienst.

Tot slot: houd het simpel

De meeste dorpshuizen komen er prima uit met één afspraak: kies per vrijwilliger één route, houd bij wat je uitbetaalt, en check elk jaar in januari de nieuwe bedragen. Doe je dat, dan blijf je vanzelf binnen de regeling en heb je geen loonadministratie nodig.

En vergeet niet waar het echt om gaat. Een vergoeding is fijn, maar uit onderzoek blijkt telkens weer dat mensen vooral blijven vanwege de waardering en het gevoel erbij te horen. Meer daarover lees je in onze gids over vrijwilligers werven en behouden en in de complete gids over een dorpshuis beheren.

Bronnen: Belastingdienst, Vrijwilligersregeling voor stichtingen en verenigingen en Vrijwilligersvergoedingen; artikel 2, zesde lid, Wet op de loonbelasting 1964. Bedragen gecontroleerd voor belastingjaar 2026. Dit artikel is algemene voorlichting en geen fiscaal advies; twijfel je over jullie situatie, leg die dan voor aan een accountant of de Belastingdienst.

Stellingen

Waar of niet waar?

0 / 6 goed

Een paar stellingen over gevonden worden. Kies bij elke stelling of hij klopt, dan zie je meteen het antwoord en waarom.

  1. 1. Kom je boven het maximum, dan is alleen het bedrag boven de grens belast.

  2. 2. Een reiskostendeclaratie bovenop de vrijwilligersvergoeding telt mee voor de maximumbedragen.

  3. 3. Als een vrijwilliger boodschappen voor de bar voorschiet, gaat die terugbetaling van het jaarmaximum af.

  4. 4. Zolang het jaartotaal onder €2.200 blijft, zit je altijd goed.

  5. 5. Een timmerman mag als vrijwilliger geen timmerwerk doen in het dorpshuis.

  6. 6. Vergoed je uitsluitend werkelijk gemaakte kosten, dan geldt er geen maximumbedrag.

Test jezelf

Test jezelf

0 / 4 goed

Een paar korte vragen om te checken of je de regels paraat hebt. Kies een antwoord, dan zie je meteen of het klopt en waarom.

  1. 1. Wat is in 2026 het maximum dat je een vrijwilliger van 21 jaar of ouder per uur mag betalen?

  2. 2. Wat zijn in 2026 het maand- en jaarmaximum?

  3. 3. Je dorpshuis is een stichting en betaalt een bestuurslid meer dan de maximale vrijwilligersvergoeding. Wat gebeurt er?

  4. 4. Welke gegevens mag een dorpshuis zonder personeel in loondienst NIET registreren van een vrijwilliger aan wie het uitbetaalt?

Klaar om je dorpshuis digitaal te beheren?

Bekijk in 2 minuten hoe Dorpshuis.online je dagelijks werk lichter maakt. Van zaalverhuur tot vrijwilligers, alles op één plek.

Bekijk de demo

Lees ook