WBTR voor dorpshuizen en buurthuizen: wat je vóór 1 juli 2026 moet regelen
De Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen geldt voor elke vereniging en stichting. Vóór 1 juli 2026 moeten jullie statuten kloppen. Dit moet je weten en doen.
Heeft jouw dorpshuis of buurthuis de statuten al aangepast aan de WBTR? Zo niet, dan wordt het hoog tijd. Op 1 juli 2026 loopt de laatste overgangstermijn van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen af. Vanaf dat moment zijn statutaire bepalingen die in strijd zijn met de wet simpelweg niet meer geldig. Voor de duizenden verenigingen en stichtingen die in Nederland een dorpshuis runnen, is dit hét moment om in actie te komen.
De WBTR klinkt als juridisch jargon waar je als vrijwilliger niet op zit te wachten. Toch raakt de wet de kern van hoe jullie bestuur werkt: wie mag waarover stemmen, wat gebeurt er als een bestuurslid wegvalt, en wanneer ben je als bestuurder persoonlijk aansprakelijk. In deze gids leggen we rustig uit wat de WBTR voor jouw dorpshuis betekent, wat er vóór 1 juli 2026 geregeld moet zijn, en hoe je dat zonder stress aanpakt.
Wat is de WBTR in het kort?
WBTR staat voor de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen. De wet geldt sinds 1 juli 2021 en heeft als doel het bestuur en toezicht bij verenigingen, stichtingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen te verbeteren. Kort gezegd: regels die al golden voor bv's en nv's zijn nu ook van toepassing op verenigingen en stichtingen.
De wetgever wilde vooral twee dingen. Ten eerste duidelijker maken hoe bestuurders zich horen te gedragen, bijvoorbeeld als een persoonlijk belang botst met dat van de organisatie. Ten tweede de aansprakelijkheid van bestuurders gelijktrekken, zodat wanbestuur ook bij een vereniging of stichting gevolgen kan hebben. Voor een dorpshuis dat draait op vrijwilligers voelt dat misschien streng, maar de meeste regels zijn juist bedoeld om bestuurders te beschermen tegen onduidelijkheid.
Geldt de WBTR ook voor mijn dorpshuis of buurthuis?
Ja. De WBTR geldt voor alle verenigingen en stichtingen, ongeacht omvang, omzet of het feit dat je volledig met vrijwilligers werkt. Of jullie dorpshuis nu een kleine stichting is met drie bestuursleden of een grote vereniging met honderden leden: de wet is van toepassing.
De meeste dorps- en buurthuizen zijn georganiseerd als stichting of vereniging, en die vallen er allebei onder. Twijfel je welke rechtsvorm bij jullie past, of denk je na over een overstap? Lees dan ook onze gids over een buurthuis in zelfbeheer, waarin we de keuze tussen stichting en vereniging verder uitwerken.
Het maakt ook niet uit hoe actief jullie zijn. Zelfs een nagenoeg slapende stichting valt onder de wet. De vraag is dus niet óf de WBTR voor jullie geldt, maar of jullie statuten er al aan voldoen.
Waarom is 1 juli 2026 zo'n belangrijke datum?
Toen de WBTR in 2021 inging, kregen organisaties de tijd om hun statuten aan te passen. Voor één specifieke regel, het meervoudig stemrecht (zie verderop), geldt een overgangstermijn van vijf jaar. Die termijn eindigt op 1 juli 2026.
Wat betekent dat concreet? De meeste WBTR-regels werken al sinds 2021 rechtstreeks, ook als jullie statuten er niets over zeggen of iets anders bepalen. De wet gaat in die gevallen vóór op de statuten. Maar staat er in jullie statuten een bepaling over stemrecht die in strijd is met de wet, dan blijft die nog geldig tot uiterlijk 1 juli 2026. Daarna vervalt zo'n bepaling automatisch.
Daar komt bij dat de regeling voor belet en ontstentenis (wie neemt over als een bestuurder wegvalt) moet worden opgenomen bij de eerstvolgende statutenwijziging. Veel dorpshuizen hebben hun statuten sinds 2021 nog niet aangeraakt. Voor hen vallen beide verplichtingen samen op dit ene moment. Het advies is daarom helder: regel alles in één keer met een statutenwijziging vóór 1 juli 2026. Het officiële WBTR-programma bevestigt deze deadline en biedt achtergrondinformatie.
Tegenstrijdig belang: wanneer mag een bestuurder niet meebeslissen?
Stel: jullie dorpshuis wil de schilderklus uitbesteden, en het bedrijf van een bestuurslid wil de opdracht. Dan heeft dat bestuurslid een tegenstrijdig belang. De WBTR schrijft voor dat een bestuurder met een persoonlijk belang dat botst met dat van de organisatie, niet mag deelnemen aan de bespreking en de stemming over dat onderwerp.
Deze regel geldt sinds 2021 rechtstreeks, ook als jullie statuten er niets over zeggen. Het bestuurslid mag wel uitleg geven, maar verlaat daarna de besluitvorming. De overige bestuursleden nemen het besluit. Hebben álle bestuursleden een tegenstrijdig belang, dan verschuift het besluit naar de raad van toezicht of, als die er niet is, naar de algemene ledenvergadering bij een vereniging.
Leg besluiten met een mogelijk tegenstrijdig belang altijd vast in de notulen. Dat beschermt zowel de organisatie als het betrokken bestuurslid, en laat zien dat jullie zorgvuldig handelen.
Belet en ontstentenis: wie neemt het over als een bestuurder wegvalt?
Twee juridische woorden die je even moet kennen. Belet betekent dat een bestuurder tijdelijk zijn taken niet kan uitvoeren, bijvoorbeeld door ziekte, een lange reis of een schorsing. Ontstentenis betekent dat een bestuurder helemaal is weggevallen, bijvoorbeeld door overlijden of aftreden, en de plek nog niet is opgevuld.
De WBTR verplicht dat jullie statuten een regeling bevatten voor beide situaties. Wat gebeurt er als de penningmeester maandenlang in het ziekenhuis ligt? Wie tekent dan de bankzaken? En wat als het hele bestuur tegelijk opstapt na een conflict? Zonder regeling ontstaat er een bestuurlijk gat, en dat kan een dorpshuis stilleggen.
Een gangbare regeling bepaalt bijvoorbeeld dat bij belet of ontstentenis van een of meer bestuurders de overige bestuursleden tijdelijk de taken waarnemen, en dat bij volledige ontstentenis een vooraf aangewezen persoon of de algemene vergadering het bestuur tijdelijk regelt. De notaris helpt je een formulering te kiezen die bij jullie situatie past.
Meervoudig stemrecht: de bepaling met de harde deadline
Dit is de regel met de echte deadline van 1 juli 2026. De WBTR bepaalt dat één bestuurder niet meer stemmen mag uitbrengen dan alle andere bestuurders samen. Met andere woorden: geen enkel bestuurslid mag in z'n eentje de meerderheid hebben.
Vroeger kwam het voor dat statuten bijvoorbeeld de voorzitter een doorslaggevende of versterkte stem gaven. Zulke bepalingen mogen niet meer. Staat er zoiets in jullie statuten, dan blijft die regel nog geldig tot uiterlijk 1 juli 2026. Daarna vervalt hij van rechtswege en geldt automatisch de wettelijke verhouding.
Veel dorpshuizen hebben helemaal geen meervoudig stemrecht in hun statuten staan. Voor hen verandert er op dit punt feitelijk niets. Toch is het verstandig om de statuten te laten controleren, want dit is precies het soort detail dat je over het hoofd ziet tot het misgaat bij een belangrijke stemming.
Raadgevende stem en de rol van toezicht
Bij een vereniging hebben bestuurders en eventuele toezichthouders voortaan een raadgevende stem in de algemene ledenvergadering. Dat betekent dat zij gehoord moeten worden voordat de vergadering een besluit neemt. Wordt een besluit genomen zonder hen die gelegenheid te geven, dan kan dat besluit later vernietigbaar zijn.
De WBTR geeft daarnaast een wettelijke basis voor het instellen van een raad van toezicht of een raad van commissarissen, en voor het zogeheten monistische bestuursmodel waarin uitvoerende en toezichthoudende bestuurders in één orgaan zitten. Voor de meeste dorpshuizen is dat niet nodig, maar het is goed om te weten dat de mogelijkheid bestaat als jullie organisatie groeit.
Wil je dieper ingaan op de taakverdeling binnen jullie bestuur? Lees dan onze gids over de taken en verantwoordelijkheden van een dorpshuis-bestuur.
Bestuurdersaansprakelijkheid: wanneer ben je persoonlijk aansprakelijk?
Veel vrijwilligers schrikken van het woord aansprakelijkheid. Het hardnekkige misverstand is dat je als bestuurslid van een dorpshuis voortaan zomaar privé kunt opdraaien voor de schulden. Dat klopt niet. Je bent pas persoonlijk aansprakelijk bij kennelijk onbehoorlijk bestuur, en dat is een hoge drempel.
Wat valt daaronder? Denk aan het structureel niet bijhouden van een boekhouding, het aangaan van verplichtingen waarvan je weet dat de organisatie ze niet kan nakomen, of het negeren van duidelijke waarschuwingen. Een eerlijke inschattingsfout of gewoon pech valt er niet onder. Een bestuurder die zijn taak naar behoren vervult, heeft weinig te vrezen.
De WBTR verruimt wel de mogelijkheden om bestuurders bij een faillissement aan te spreken. Voor kleine, niet-commerciële verenigingen en stichtingen die geen vennootschapsbelasting betalen, geldt het zwaarste wettelijke bewijsvermoeden overigens niet automatisch. Toch is dit een goed moment om twee dingen op orde te brengen: een nette administratie, en een passende bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. Die laatste vangt persoonlijke claims op en is voor een dorpshuis vaak verrassend betaalbaar.
Stappenplan: zo maak je je dorpshuis WBTR-proof vóór 1 juli 2026
Met dit stappenplan kom je in een paar overzichtelijke stappen tot statuten die kloppen.
- Pak jullie huidige statuten erbij. Vraag de meest recente versie op bij de notaris of zoek de akte op die jullie ooit hebben ontvangen.
- Controleer of de statuten sinds 1 juli 2021 zijn gewijzigd. Is dat niet zo, dan moeten in elk geval belet en ontstentenis nog worden geregeld.
- Laat de statuten toetsen aan de WBTR. Dit kan via een notaris, of via de juridische hulp van een koepelorganisatie zoals jullie provinciale vereniging van kleine kernen.
- Agendeer de statutenwijziging. Zet het op de agenda van de algemene ledenvergadering (vereniging) of de bestuursvergadering (stichting), en let op de aankondigingstermijn in jullie statuten.
- Neem het besluit volgens jullie eigen regels. Vaak is een versterkte meerderheid of een minimaal aantal aanwezigen nodig voor een statutenwijziging. Controleer dit vooraf.
- Laat de notaris de wijziging passeren. Een statutenwijziging moet via een notariële akte. De notaris verwerkt de WBTR-bepalingen in de nieuwe tekst.
- Werk de inschrijving bij de KVK bij. Geef de actuele bestuurssamenstelling en gegevens door in het Handelsregister, zodat alles consistent is.
Wat kost een statutenwijziging bij de notaris?
De kosten verschillen per notaris en per situatie. Reken globaal op €400 tot €900 voor een statutenwijziging van een vereniging of stichting. Vraag altijd vooraf een offerte, en leg meerdere notarissen naast elkaar, want de tarieven lopen flink uiteen.
Er zijn manieren om kosten te drukken. Sommige notarissen hanteren een gunstig tarief voor verenigingen en stichtingen met een maatschappelijk doel. Koepelorganisaties bieden soms modelstatuten of een collectieve regeling aan. En als jullie tóch al een andere wijziging wilden doorvoeren, bijvoorbeeld in het doel of de bestuurssamenstelling, neem dan de WBTR-aanpassing in dezelfde akte mee. Dat scheelt een tweede gang naar de notaris.
Veelgestelde vragen over de WBTR
Moet ik echt naar de notaris voor de WBTR?
Voor een statutenwijziging is een notariële akte verplicht. Wil je alleen weten hoe jullie bestuur in de praktijk moet handelen, dan kun je veel zelf regelen. Maar om de statuten formeel kloppend te maken, kom je niet om de notaris heen.
Wat gebeurt er als we de deadline van 1 juli 2026 missen?
Statutaire bepalingen die in strijd zijn met de WBTR, zoals een afwijkend stemrecht, vervallen automatisch na 1 juli 2026. De wettelijke regels gelden dan in plaats daarvan. Je krijgt geen boete, maar je loopt het risico dat besluiten aanvechtbaar worden en dat onduidelijk is welke regels gelden. Dat is precies wat je bij een dorpshuis wilt voorkomen.
Geldt de WBTR ook voor een stichting zonder personeel?
Ja. De wet maakt geen onderscheid op basis van personeel of omvang. Een stichting met alleen vrijwilligers valt er net zo goed onder als een grote organisatie met betaalde krachten.
Hebben we een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering nodig?
Verplicht is het niet, maar het is sterk aan te raden. Zo'n verzekering beschermt bestuursleden tegen persoonlijke claims bij een fout. Voor een dorpshuis zijn de premies meestal bescheiden, zeker afgezet tegen de gemoedsrust die het oplevert voor je vrijwilligers.
Waar vind ik modelstatuten voor een dorpshuis?
Provinciale verenigingen van kleine kernen en landelijke koepels voor dorps- en buurthuizen bieden vaak modelstatuten of voorbeeldteksten aan die al WBTR-proof zijn. Jullie notaris kan deze als basis gebruiken en aanpassen aan jullie eigen situatie.
Van verplichting naar sterker bestuur
De WBTR voelt als een verplicht nummer, maar er zit een kans in. De wet dwingt jullie om na te denken over vragen die elk dorpshuis-bestuur uiteindelijk tegenkomt: wat als iemand wegvalt, hoe gaan we om met belangen die botsen, en hoe houden we de besluitvorming zuiver. Wie dat nu goed regelt, staat er over een paar jaar een stuk steviger op.
Goed bestuur begint bij overzicht. Een nette administratie, heldere afspraken en een actueel beeld van wat er speelt, maken het verschil tussen een bestuur dat brandjes blust en een bestuur dat vooruitkijkt. Meer praktische handvatten vind je in onze complete gids over een dorpshuis beheren. En heb je de WBTR eenmaal geregeld, dan kun je je weer richten op waar het echt om gaat: een levendig dorpshuis voor je buurt.
Krijg het bestuur van je dorpshuis helder en WBTR-proof?
Volg de gratis online e-learning "Dorpshuisbeheer Basis op Orde". Module Rollen en Verantwoordelijkheden brengt dit stap voor stap in de praktijk, op je eigen tempo. Geen account nodig.
Bekijk de gratis e-learning Of bekijk eerst de demo van het platform